maandag 21 augustus 2017

Ahrend Holland: Bird's-eye View of a Concern Graphic Design Jan Versnel Company Photography

 

Ahrend - Ahrend Holland: Een concern in vogelvlucht - Hilversum e.a., Ahrend, zonder jaar, (ca 1959) - ongepagineerd, (36) pp - geniet, gedecoreerd omslag - 26 x 26 cm 

Ruim baan voor de nieuwe tijd Jan Versnel, architectuurfotograaf van de wederopbouw

Er staan weinig mensen op de foto's van Jan Versnel. Als ze er al zijn, geven ze slechts, met de maat van hun nietigheid, de ruimte aan....

WILLEM ELLENBROEK 17 oktober 1997, 00:00
    
ZIJN WERK ademt het licht, de lucht en de ruimte van toen, of hij nu een vrijstaand huis, een wenteltrap, fabriek, tentoonstellingshal, een keuken of iets simpels als een kantoorstoel fotografeert. Jan Versnel (1924) werd de architectuurfotograaf van de Wederopbouwperiode in Nederland. Zijn foto's zijn er, soms meer dan de bouwwerken zelf, de afspiegeling van. Hij laat die architectuur op een bepalende manier zien, niet alleen vanuit een onverwachte hoek.De mens is altijd gehaast, gaat snel aan iets voorbij. Hij is gewoon aan zijn omgeving, ermee vertrouwd. Zijn leefwereld is een decor geworden dat hij niet meer waarneemt. Iemand anders moet hem weer op het bijzondere ervan wijzen. De foto's van Jan Versnel hebben dat vermogen, maar het zit 'm niet alleen in een ongebruikelijk standpunt dat verrast. Zijn werk draagt de opvattingen van die wederopbouwarchitectuur uit. Hij zoekt, in elk onderwerp, dat levensideaal van een nieuwe, onbezorgde toekomst.Uit de foto's van zijn tijdgenoot Cas Oorthuys spreekt de heroïek van de wederopbouw in mensenwerk, aanpakken, handen-uit-de-mouwen. Oorthuys' foto's barsten van leven en drukte - op straat, in de havens, op de bouw. Ze zijn een ode aan de zesdaagse werkweek, zingen het lied van de arbeid en de ploegendienst. Oorthuys was links, geëngageerd. Hij stelde zich met lotgenoten als Emmy Andriesse, Eva Besnyö en Carel Blazer in dienst 'van een nieuwe maatschappij, waar middenin de mens staat'.In de foto's van Jan Versnel, die zich evenzeer door de nieuwe dageraad aangestoken voelde, zit de grote verwachting van wat er komen gaat in de nieuwe omgeving die voor de moderne mens ontworpen werd. Hij zette dat neer in een van godgegeven licht, onder een immens, hemels wolkendek alsof hij tegelijk ook die nieuwe dageraad wilde vastleggen. Hij werd de fotograaf van het Nieuwe Bouwen. Zijn foto's drukken uit wat de stedebouwkundige Cornelis van Eesteren aan de vooravond van de grote stadsuitbreidingen van die jaren verwoordde: 'Toen wij begonnen was dat in een soort gelukssfeer. We voelden ons uitverkoren tot een nieuwe levenshouding.'Het werk van Jan Versnel is nu gedocumenteerd in deel zes van de prachtige, door het Prins Bernhard Fonds opgezette serie Monografieën van Nederlandse Fotografen, voorzien van inleidingen van Solange de Boer en Maarten Kloos. Het laat het historisch oeuvre van de man zien, die zich direct na de oorlog op zijn visitekaartje - bij een foto van de classicistische gevel van theater Carré - presenteerde als architectuur-, reclame-, reportage- en industrieel fotograaf.Van dat classicisme komen we al gauw niets meer tegen. Versnel maakte, via Gerrit Rietveld, kennis met de architecten van het Nieuwe Bouwen en werd er onmiddellijk door gegrepen. Hij voelde hun idealen aan, hij leerde zien hoe zij keken. Op zijn beurt leerde hij de mensen kijken hoe die nieuwe architectuur wilde dat er naar gekeken werd. 'Ze mogen het gebouw weer afbreken', moet de architect Alexander Bodon ooit gezegd hebben, 'ik heb er een foto van Versnel van.'Hij werkte voor die hele generatie naoorlogse architecten en ontwerpers, voor Rietveld, Bodon, Salomonson, Van Eyck, Maaskant, Oud en Dudok, voor Crouwel, Premsela, Friso Kramer en Kho Liang Ie. Zijn foto's bepaalden het gezicht van bladen als Forum en Goed Wonen. Hij werd een fotograaf met een missie, beeldmaker van een nieuwe tijd. Eind jaren zestig - met de opkomst van een andere architectuur die zich tegen de geest van de Nieuwe Zakelijkheid keerde, zoals het Nieuwe Bouwen zich daarvoor weer tegen de Amsterdamse School had afgezet - namen zijn opdrachten af. Hij ging les geven aan de Rietveld Academie, de opvolger van zijn vroegere leerschool, maar bleef zijn oude opdrachtgevers trouw. Rietvelds werk legde hij een paar jaar geleden opnieuw vast.Jan Versnel is geboren in de jaren twintig. Zijn vader was timmerman en nam zoonlief 's zondags trots mee langs de bouwwerkplaatsen waar hij werkte om hem de vorderingen te laten zien. De oorlog blokkeerde zijn opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, waar Bauhaus-leermeester Mart Stam directeur was. Na de oorlog werd hij assistent van de arts en fotograaf Nico Jesse. In 1947 begon hij voor zichzelf, klein, bescheiden. Hij fotografeerde overdag met een geleende camera en drukte 's avonds af in de donkere kamer van een vriend. Hij had een aantal opdrachten nodig voor hij zijn eigen apparatuur kon aanschaffen.Een halve eeuw lang heeft hij de modernistische ontwikkeling in de architectuur en vormgeving gevolgd, als boodschapper van een voorhoede. Hij drukt er zich, in zijn boek, bescheiden over uit: 'een rare manier van kijken, voortdurend gericht om dat wat karakteristiek is zo goed mogelijk in beeld te brengen'. Hij heeft nog les gehad van Bernard F. Eilers, de eerste in Nederland die zich, begin deze eeuw, specialiseerde in architectuurfotografie.Versnel stelde zich in dienst van de bedoelingen van de architect, wat niet wil zeggen dat zijn fotografie niet zelfstandig is. Zijn foto's hebben een eigen stempel. Hij bestudeerde zijn onderwerp tot in de plattegronden, draaide er aan alle kanten omheen, keek, woog en maakte, met zijn technische camera, relatief weinig foto's. De keuze was al gemaakt voor hij op de sluiter drukte. Op zijn eerste foto's zie je, net als bij Oorthuys, nog beelden van de arbeid, van bouwvakkers en dokwerkers. Hij had ze nodig, zoals de gehelmde bouwvakker op de kroon van het Shell-gebouw in Amsterdam-Noord, om de grootsheid van een ontwerp te laten zien. Hij vond snel die eigen, typische, verstilde uitdrukking die zijn foto's kenmerken.Hij werkte voor architecten en voor ondernemingen, voor vormgevers en ontwerpers. Er zal werk bij zijn - voor folders, kalenders, jaarverslagen en ander reclamemateriaal - dat nu niet veel meer zegt. Hij fotografeerde gebouwen, die monumenten in de architectuurgeschiedenis zullen worden, maar ook een eens misschien hoopvolle architectuur die in onze dagen, versleten en uitgewoond, nodig aan stadsvernieuwing toe is. Veel op het gebied van de sociale woningbouw werd toen al, in de bestedinsgbeperking die de wederopbouw omgaf, goedkoper en bekrompener uitgevoerd dan de bedoeling was.De stoelen en tafels die hij fotografeerde, de keukeninrichtingen en woonkamerinterieurs, mogen nu gedateerd, uit de mode, ouderwets zijn. Zijn historisch oeuvre mag gedateerd zijn, maar blijft - net als de oorspronkelijkste van de gebouwen en ontwerpen die hij fotografeerde - toch eeuwig.Want in zijn foto's van de uitbreidingswijken en interieurs, die die tijd feilloos documenteerden en daarmee tot geschiedenis maakten, zit een typisch, persoonlijk element dat nooit veroudert. Zo goed als uit zijn architectuurfoto's het grote ideaal van het Nieuwe Bouwen spreekt, spreken zijn interieurs van de nieuwe verwachtingen van de toen baanbrekende stichting Goed Wonen met zijn modelwoningen in elke nieuwbouwwijk - een even revolutionaire roep binnenskamers om licht, lucht en ruimte.Het Nieuwe Bouwen en Goed Wonen gooiden de vensters open, braken alkoven en suitedeuren weg, zetten de zware gesculptuurde meubelen van vroeger aan de kant voor zon en licht, en lichte en lenige meubels. Het waren de gloriejaren van Pastoe, Ahrend, Gispen en Tomado. Versnel speelde erop in en voegde er zijn visie aan toe. Zijn foto van het interieur van Total Design geeft de illusie van een manifest van De Stijl.Er zit een typisch handschrift in zijn meubelfoto's. Hij licht ze uit hun omgeving, maakt ze zelfstandig, plaatst ze in een ruimte. Hij liet zien dat ook een eenvoudige stoel, een zithoek of een aanrecht het nieuwe leven kon verbeelden. Zijn foto's stonden misschien in dienst van een opdrachtgever of van een ontwerpideaal, maar hij gaf er een eigen visie bij. Hij wist van sommige onderwerpen - een loods vol tafelonderstellen; restmateriaal van de slotenfabriek Lips - sculpturen te maken die aan het werk van de constructivist Naum Gabo doen denken en soms zelfs - in een foto van stoelen van Eero Saarinen - aan de aardse rondingen van Henry Moore.Uit de wederopbouwbeelden van Cas Oorthuys die ook gedateerd zijn maar nooit verouderen, weerklinkt het swingende lawaai van de werkstad, de bebop van de heimachine. In die van Versnel klinkt een andere muziek die minder luidruchtig en heftig is, ingetogener maar toch van die tijd, cool. Hij had liefde opgevat voor de idealen van die jaren, hij geloofde erin en dat geloof zit in zijn foto's.Hij moet veel van het werk van Gerrit Rietveld gehouden hebben. Hij fotografeerde het expositiepaviljoen dat Rietveld in 1955 voor Park Sonsbeek bij Arnhem maakte en dat hetzelfde jaar weer werd afgebroken. Hij begreep Rietveld, hij voelde de kracht van de ruimte die in het ontwerp school. Het paviljoen kon in 1965 in Otterlo herbouwd worden, naar men zegt dankzij de foto's van Versnel. Bouwtekeningen waren er nooit gemaakt.Hij maakte, twee jaar geleden, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een reportage van Rietvelds gerestaureerde Nederlandse paviljoen voor de Biënnale van Venetië uit 1954. Zijn foto's - verzameld onder de titel De mooiste ruimte die ik ken - vormen een postume ode aan die idealen van toen, aan het begrip ruimte in de architectuur dat het Nieuwe Bouwen verbeeldde. Versnel laat zien hoe Rietveld in het expositiepaviljoen het licht en de wereld binnenlaat, hoe delen van het gebouw schijnbaar ongemerkt in elkaar overgaan en zo een nog groter gevoel van licht, lucht en ruimte oproepen en daarmee, in de idealen van toen, hoop en verwachting.Versnel wist waar hij moest staan om dat effect te laten zien - op de plek waar Rietveld wilde dat wij gaan staan.Jan Versnel. Deel 6 in de serie Monografieën van Nederlandse fotografen. Uitgeverij Focus, ¿ 95,-.Eerdere delen in de serie zijn gewijd aan Sanne Sannes, Koen Wessing, Pieter Oosterhuis, Emmy Andriesse en Piet Zwart; volgende delen aan Paul Citroen, Eva Besnyö en Nico Jesse.

See also 

Ahrend Design Collection PDN Photo Annual 2011 Rene van der Hulst Company Photography














zondag 20 augustus 2017

Views & Reviews Beautiful Simple and maybe Profound Preganziol Artist's Book Guido Guidi Photography


Preganziol, 1983 is a key piece of work in the oeuvre of legendary Italian photographer Guido Guidi. Taken in 1983, the sequence of images depict the same room in an attempt to measure space-time using light. Located in Preganziol, Italy, the small and dilapidated room has two windows from which sunlight enters; in each photograph the angle, intensity and volume of light changes. The work is an exploration of how to define and describe physical space and the idea of camera obscura more widely. This large-format and limited edition book has been signed and numbered by the artist. Includes a written piece by Roberta Valtorta. Published by MACK (London).

In 1983, Italian photographer Guido Guidi created a short photographic series, taken inside a room in Preganziol, a comune in the Province of Treviso about 20 kilometers north west of Venice. ‘Preganziol' consists of sixteen images, taken within the confines of four bare walls. The only light is from two small windows, opposite one another and the series follows the shifting of light across the walls as time progresses through the day.

Guido Guidi is interested in mapping the subtle changes of familiar places. For him photography is something autobiographical; it is synonymous with inhabiting, and the camera is the instrument that allows him to observe, appropriate and collect evidence and traces of lives experienced.

“In the moment that I take a photograph of something I feel that I am that thing; … I am what I photograph in the moment that I am photographing it. At least it is an attempt to be it, even if it is imperfect and imprecise. It is as if I am praying.” (From a conversation with Antonello Frongia and Laura Moro, Ronta di Cesena, 6 May, 2013)

Guido Guidi was born in Cesena, in 1941 and studied architecture in Venice at the beginning of the sixties. Influenced by Neorealist film and Conceptual art, Guidi began exploring Italy’s man-altered landscape in the late sixties. His work has been shown at the Venice Biennale, Fotomuseum Winterthur, Centre Georges Pompidou, Guggenheim Museum, Whitney Museum of American Art, MAXXI Rome and most recently, a retrospective of his work 'Veramente’ has been touring from Fondation Henri Cartier-Bresson through various venues in Europe.

With special thanks to Michael Mack, who has published two Monographs on Guidi’s photographs; ‘Preganziol 1983’ (2013) and ‘Vermanente’ (2014). A limited amount of signed copies of ‘Preganziol’ will be available to purchase during the exhibition.


This Week In Photography Books: Guido Guidi
Jonathan Blaustein - May 23, 2014 - Photography Books

by Jonathan Blaustein

My son graduated from Kindergarten this morning. It was quite the big deal. Lots of parents in attendance, lining the gymnasium bleachers like beakers in a chemistry class. Fun stuff.

There was five-song-medley that went on for ages. Or at least it seemed to, as we tried to keep our young daughter from shrieking at any moment. It’s fun for her, the screaming, and she does it with a smile.

Where was I? Losing focus today, as end of school year always finds my fried family worn down like a #2 pencil. Right. The graduation medley.

Each child sang and danced. Hips twisted. Caps and gowns swayed in the fresh mountain air. They opened with “First Grade, First Grade,” (to the tune of “New York, New York,”) segued through the Spanish numbers, and closed with “Happy” by Pharrell F_cking Williams. Had he been in attendance, I would have been “Happy” to beat him to death with that stupid oversized hat he insists on wearing.

All those 6 year olds, in matching outfits, doing identical choreography. At one point, my mother pointed to young Abigail and said, “Look at her go.” She’d found the one girl with that extra little rhythm. The one who could actually dance.

I began to pay more attention to the children in my vicinity. The moves were the same, yet ever-so-not. Differences were easy to see, once I was paying attention. Kind of like that story in the New Yorker the other week, that talked about how the road from Moscow to Lviv is lined with villages. Each can always speak to their neighbor town. But by the time you get to the end of the line, Russian and Ukrainian have diverged to two completely different languages.

Those dancing little New Mexicans came to mind immediately after putting down “Preganziol 1983,” a new oversized hardcover book by Guido Guidi, recently published by MACK. It’s like a Highlights magazine in a 1980’s dentist office. (Which one of these is not like the other…)

Open up and you see a black and white photo of a room with some pencil-written words. Then the same room in color. A well-worn space with an open window looking out across some trees. And a shadow on the wall, with a tree in it. It’s labeled A1.

Turn the page, and the image appears the same. Turn the page again and the image appears the same. Again. Turn the page again and the image appears the same. Again. Turn the page again and you wonder, what the hell is going on here?

Is it the color? Has there been a super-subtle shift in hue? No, that’s not right. Turn the page again, and you definitely notice the shadow has moved. Turn back to what came before, and sure enough, the shadow moves slightly each time.

Keep going, and you actually get to enjoy the minimal changes. At the end, we see a different view of a room, and intuitively know it’s another direction in the same space. The next two photos confirm, the final two directions, rounding out the book and the concept. B, C, & D.

Finally. A16. Room with no shadow.

(Take another look at the cover, and you see a sketch of a four-sided room, with A, B, C & D corresponding to walls in space.)

To be fair, I haven’t photographed the entire book. Seems crude to the artist to give it all away. Honestly, the whole thing might be too repetitive for you to splash the cash. Such a small little idea.

Or is it? Taking the time to notice how time and light are constantly shifting reality, even if we’re too dim or busy to notice.

Bottom Line: Beautiful, simple and maybe profound













vrijdag 18 augustus 2017

Views & Reviews Barcelona En Blanc I Negre Xavier Miserachs Photography


Sociedad Editorial Eleca Espana (2003), Hardcover, 256 pages



Xavier Miserachs, Barcelona, 1962. MACBA Collection. Courtesy of MACBA Study Centre and Xavier Miserachs Fonds. © The Estate of Xavier Miserachs.
Miserachs Barcelona
18 September 2015–27 March 2016
MACBA
Plaça dels Àngels, 1
08001 Barcelona
www.macba.cat

The Museu d’Art Contemporani de Barcelona (MACBA) is dedicating an exhibition to the Barcelona-based photographer Xavier Miserachs (1937–1998), whose work has been on long-term loan to the Museum since 2011. Miserachs Barcelona, focusing on the photobook Barcelona, blanc i negre (1964) offers a journey through time in which the images are arranged in the form of large murals, shop-windows, enlargements and projections, proposing new ways of seeing and reading photographs in the exhibition space. The exhibition will include a photography seminar and make available to the public Miserachs’ archive.

In September 1964, Miserachs published his major work, Barcelona, blanc i negre, a photobook bringing together nearly 400 of his photographs. From 1961, Miserachs worked professionally in advertising, photojournalism and, above all, street photography, “the pleasure of wandering around trying to represent what to me seemed distinctive and significant about the place.”

Miserachs participated in some exhibitions, but believed the best place for photos was in the pages of magazines and books. He wanted to make “a strictly photographic book of free style and content,” composed of images forming a set that can be read and watched like a film or novel. That is, a photobook—the model that at that time defined the history of photography, marked by the publication of masterpieces such as Life is Good & Good for You in New York by William Klein (1956) and The Americans by Robert Frank (1958).

Barcelona, blanc i negre draws on two models. The first is The Family of Man, a travelling exhibition initiated by the Museum of Modern Art in New York in 1955. It was here that Miserachs realised his true vocation and discovered that the photography that is often called “humanistic” and refers to abstract concepts can also serve to “tell, communicate, explain and increase the knowledge of others through our own experience.” The second is identified with the urban photobooks of William Klein, whom Miserachs admired for his “highly original way of portraying cities by focusing on the signs provided by their people and spaces.” 

Barcelona, blanc i negre begins with a carefully disordered sequence that bursts into the city one morning. Later, you discover the city through its inhabitants, with stories of work and celebration, newly arrived migrants and the bourgeoisie of good families, slums, the Gothic quarter and Eixample, shop windows, advertisements and grafitti…and always people in the streets, of all ages and classes. The photobook seems to follow a classic maxim: “The city is its people.” Miserachs avoids tourist and historical clichés, preferring to delve into the theme of modern culture, the urban experience and its space: the city.

The great narratives of literature, film and photography of the last century are urban, and their heroes are waylaid walkers such as Eugène Atget, the pioneer of street photography, the active equivalent of the flâneur described by Charles Baudelaire and studied by Walter Benjamin. Like “the painter of modern life” of the Parisian poet, Miserachs is a curious passerby, an indefatigable pedestrian who walks the streets, markets and parks, browsing in shop windows and pavement cafes, stopping by the factories at knocking-off time and in station waiting rooms, and who ends the day on the dance floors and in the all-night bars.
Photobooks invite us to look and read. To adapt these actions to the museum, the exhibition Miserachs Barcelona proposes several ways of looking at and reading photos in the art space. The viewer encounters the photos of Barcelona, blanc i negre arranged in the form of large murals, shop-windows, enlargements and projections. 

The exhibition opens with a twilight panorama, both unreal and documentary, that refers to the distant horizons of the cinema. Next, you enter the city, recreated in a Meccano-like construction that evokes the style of exhibition displays during the years in which Miserachs prepared his photobook. It is a model that began in the lecture halls of the Bauhaus and reached its photographic zenith with the portable structures used for The Family of Man. 

Later, you can literally walk through the pages of Miserachs’ photobook and the crowded streets and squares of a Barcelona without tourists, thanks to large three-dimensional enlargements that transform the space into a stage design in which the viewer becomes an active participant. A further space is dominated by changing projections, in which the viewer is immersed in a past and present that constantly merge. Finally, Barcelona, blanc i negre is displayed on a screen in full detail. Here we also find copies of the photobook and the meandering itineraries followed by Miserachs during its preparation.
Exhibition organised and produced by MACBA. 
Curator: Horacio Fernández

Publication
Miserachs Barcelona offers a selection of images from the book Barcelona, blanc i negre (1964), offering a new perspective on the original work. Barcelona: MACBA/RM, 2015. Trilingual edition (Catalan, Spanish, English). Two versions: library and portfolio.


Barcelona
(Photo from Amazon, where you can purchase this for $1,400).

Something I didn’t realize until we spoke with some locals in Barcelona is that the Barcelona I thought I knew— cosmopolitan beach-side, salt spray culture capital—that Barcelona is relatively new. The city looked very different before the Olympics were held there in 1992; in fact, before the games brought international attention, Barcelona had no city beach at all. For the occasion, a stretch of industrial buildings were demolished and the beach was, well, built (so much for sous les pavés la plage).

It was hard for me to visualize. Even harder for me to visualize? Barcelona in 1964. The MACBA exhibit featuring the Catalán photographer’s work was extraordinary for this reason, putting the spotlight on the city and the Barcelonés whose local history seems completely overshadowed by the frenzy at tour-guide hotspots. The exhibit’s design, too, catapulted my imagination backward, as it aimed to interweave museum-goers with the people and scenes from Miserach‘s iconic black and white photos:


The exhibit is worth a visit (it’s there until March 28, so hurry!). I’m currently looking for, er, a more affordable option for the photography book, as it seems like somewhat of a collectors’ item. In the mean time, this Flickr page should do– & I’ve shared some of my favorites below. I think you’ll find evidence that Miserachs met his self-proclaimed goal to seek:
“the pleasure of wandering around trying to represent what to me seemed distinctive and significant about the place.”

Festes de Gracia, Barcelona, 1964

FromBarcelona3

from Barcelona, blanc i negre Micherach Flickr page (shared from toies.wordpress.com)












woensdag 16 augustus 2017

Views & Reviews London Martin Parr Gian Butturini Photography


BUTTURINI, Gian.
London.
(Verona): (Editrice SAF) [self-published], (1969).

Folio (333 × 270 mm), pp.[104]. 78 black-and-white photographs. Texts by Butturini and Luciano Mondini, poem by Allen Ginsberg. Quote by Robert Capa printed in black to front free endpaper, rear plain; contents and endpapers toned. Grey paper-covered boards, upper side lettered in gilt; toning to top edge, slightly cocked. Black-and-white photo-illustrated dust-jacket, text in white; toned, chip to head of spine with tape repair, light wear to corners, crudely price-clipped by hand, presumably by Butturini himself. Pencil note to copyright page: ‘Ref. autore 20-11-69’. Butturini’s contemporary presentation inscription in black ink with a spherical drawing to front free endpaper dated 1970.

First edition, a presentation copy. In these scathing photographs of Swinging London at it’s apex Butturini shows a side of London far from the popularised image of Carnaby Street, which he describes in his introduction as being an amusement park of sequins, bad taste, visual clamor, and sales pitch. Having been shocked at what he found on a visit to the City he felt compelled to create this report which contrasts a tourists idea of London with photographs of the homeless, addicts at Victoria Station, and ordinary working Londoners. At the age of 35 Butturini gave up a successful career in advertising to concentrate on photography, this was his first book. ‘Gerry Badger remarks that, ‘It is more Don McCullin than David Bailey... Occasionally, Butturini labours the social contrast, but all in all, this is the book that McCullin might have made about London but unfortunately never has - although he still might.’

Scarce, KVK locates 6 copies in Italian libraries; OCLC locates only 1 copy elsewhere: National Library of Australia.

Parr, M. and Badger, G., The Photobook: A History vol. III pp.154-5.


Gian Butturini: London
Text by Martin Parr, Allen Ginsberg, Gian Butturini, Luciano Mondini.

Featured image is reproduced from 'Gian Butturini: London.'
“Butturini’s London depicts the poor and the working class who failed to make good in the 1960s, contrasting that with the tourist view" -Martin Parr

In 1969 Gian Butturini was just over 30 years old and a successful graphic designer working in advertising. His journey as a photographer began at Victoria Station when he saw a young man staggering by with a syringe embedded in a vein. He began investigating 1960s London through the Nikon hanging from his neck.

Butturini’s photographs of London are full of pain and sarcasm but also joy and lyricism—hippies and fashionable young women share space with the homeless, the pacifist demonstrations and the orators at Speakers’ Corner. Butturini’s London, in the photographer’s own words, “is true and bare ... I did not ask it to pose.”

Gian Butturini: London is the new facsimile edition of Butturini’s cult 1969 photobook, which interspersed his black-and-white photographs with text by Allen Ginsberg. No less an authority than Martin Parr—who contributes a text to this new edition—has credited Butturini’s photobook with containing some of the best photographs ever taken of the British capital.

Gian Butturini (born 1935) began his career in the early 1950s as a graphic designer in Milan. The publication of London in 1969 marked his transition to photography. After catching the end of the Swinging Sixties in London, Butturini continued to take photographs, documenting the Troubles in Northern Ireland, Fidel Castro’s Cuba and violence in Bosnia, among other key sights and events of the 20th century.

Featured image is reproduced from 'Gian Butturini: London.'

Gian Butturini: London

FROM THE BOOK

EXCERPT
I have been collecting photobooks for over 40 years now. One of the most exciting moments on this journey is when you discover a book, for the first time, that is clearly a great book, but is not known or acknowledged as a significant contributor to the field.

Because of my natural interest in things British, I have paid particular attention to photobooks by British photographers and also books about Britain produced by foreign photographers. I found that many foreign photographers homed in on cities like Liverpool and London. Britain was in the midst of the swinging sixties, when the British youth scene became an international story. Strangely, this revolution was under-documented by British photographers, who were more interested in the fashion movement as photographed by people like David Bailey and Terence Donovan.

About ten years ago someone showed me the London book by Gian Butturini and I was immediately excited. Just looking at the cover made me think this has to be a great book. When I flipped through the pages, with its strong graphics and grainy imagery, it was abundantly clear this was an overlooked gem. What was even more exciting was that this book had slipped under the radar and was totally unknown in the city that it so ably portrays.

With my curiosity alerted, I wanted to find out more about Butturini and eventually found the contact details for his widow (he died in 2006) who, it turned out lived in Brescia, in Italy. I eventually met with Manuela and her daughter, Marta. Along with her brother Tiziano, Marta had decided to look after their father’s estate. I asked did they have any vintage prints from this project and whether they could tell us more about his time in London. With these questions (and some answers) the story slowly began to unravel.

Gian Butturini had established himself as a successful graphic and interior designer when he was posted to London in June 1969 to work on a trade show. There he found himself compelled to pick up a camera as the city—with its medley of drug users, the underclasses and fashionistas—had a profound effect on him. He realized his calling and started accumulating images which were speedily published later in 1969 in book form. The book cost five thousand lire and the small print run of 1000 copies sold out immediately, having been supported mainly in his town of Brescia, where he was already well known as a designer.

Butturini wanted to make a politically charged book. The London book was the start of his photographic calling and his left leaning manifested itself in his later books that he produced in conflicted territories such as Chile and Northern Ireland. The striking thing about the London book is the strong grainy quality of the images, woven through with the graphics of the same period. These place it firmly in a moment or—or more precisely— a decade of time. Using his considerable graphic design talents, he combined all kinds of tricks to build his narrative, from graphics, torn paper, drawings and small blow up of details of his images. The overall effect works perfectly.

In 2016, I curated an exhibition at the Barbican Gallery in London that explored the whole issue of the foreign photographers who have worked in the UK and of course featured the work of Butturini. We showed a series of prints, but also displayed four copies of the book in vitrines to show the audience the strength of the work. So now the cat is out of the bag and the book is now known and appreciated by a London audience. This is the curious thing about our photo-history. It is constantly being tweaked as new discoveries are made, and books in particular are a primary source of this constant shifting. We also get a chance to re-examine and re-define the contribution made by Gian Butturini, by reviving this and the other books that have been overlooked for far too long. Although the book is long out of print, and now fetching a very robust price in the secondary photobook market, this is where this reprint can really score. Suddenly, as in December 1969, a copy of this book can be purchased at a reasonable price. I hope you share the excitement I first experienced when I first encountered this wonderful work. - Martin Parr